Al dertig jaar woont en werkt kunstenares Inge Steenhuis in haar atelier in de binnenstad van Groningen. Ze combineert haar functie als tekendocent met haar werk als toegepast kunstenaar. Ondanks dat Inge werkt en woont in dezelfde ruimte, kan ze het goed gescheiden houden. Dat moet ook wel, anders gaan werk en privé door elkaar lopen.

Wonen in een atelier

Nadat Inge afstudeerde aan de lerarenopleiding tekenen stond ze een aantal jaar voor de klas. Dit had ze na enige tijd wel gezien en daarom ging ze naar Academie Minerva voor een tweede studie. Vervolgens werkte ze tien jaar lang als grafisch vormgever. In deze tien jaar heeft ze geleerd om vanuit de klant te denken. Ze was altijd op haar computer bezig en wilde liever een kwast in haar handen hebben. ‘In het jaar 2000 ben ik daarom begonnen met het schilderen van etalages. Het aftasten waar de behoeften liggen en je inleven in bepaalde type mensen vond ik geweldig. Vandaag de dag schilder ik ieder onderwerp, het is heel afwisselend. Ik werk veel in opdracht van de middenstand en de horeca. Vaak ga ik op locatie kijken zodat ik zeker weet dat mijn werken goed in de ruimte passen.’
Voormalige gymzaal


Al dertig jaar woont Inge in haar atelier. Het pand aan de Haddingestraat, gebouwd omstreeks 1880, diende vroeger als een gymzaal voor arme stadskinderen. Toen zij het pand betrok, hingen de klimrekken nog aan de muur en was het één grote ruimte waar uiteindelijk twee werkateliers zijn gemaakt. In de andere helft woont nu een beeldhouwer. ‘Mijn woning is één grote ruimte met daarin een keuken, een deel om te schilderen en een vide die dient als slaapkamer. De badkamer met wc buiten om de hoek deel ik met de andere bewoners. Ik heb nog nooit in mijn leven een eigen douche en wc gehad’, lacht Inge.

Deur dichttrekken


Niet iedereen kan zich het wonen in een atelier voorstellen, maar Inge wil niet anders meer. ‘Ik vind het fijn dat ik drie dagen buitenshuis werk als tekendocent. Als ik dan ’s avonds thuis kom ga ik niet meer schilderen. Dit is anders dan wanneer je autonoom kunstenaar bent en je woont in je atelier. Dan ben je altijd op dezelfde plek. Ik heb dat tien jaar gedaan toen ik grafisch vormgever was, maar wilde het niet langer. Doordat het één ruimte is kan ik geen deur dichttrekken.’

Één zijn met wat je maakt


Inge verwijst naar vroeger en vertelt dat het toen eigenlijk niet anders was. ‘Ik ben opgegroeid op de boerderij. Als wij naar de wc gingen liepen we langs onze koeien. Van mijn vader moesten we altijd even kijken of alle koeien in orde waren. Eén zijn met wat je maakt, was toen doodnormaal. De schoolmeester woonde naast de school, de bakker naast de bakkerij en de dominee naast de kerk. Bij mij is dat nu niet anders. Het werk houdt je altijd bezig, maar ik vind dat leuk. Ik houd van mijn werk en kijk er graag de hele dag naar.’

Planmatig


Voor mensen die ook willen wonen in hun atelier heeft Inge nog een paar goede tips. ‘Je moet een werkhouding hebben, anders is het niet gezond. Nadat ik heb geschilderd ruim ik eerst alles op, voordat ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. Je zit bij mij niet tussen de kwasten en de verf blijft alleen in een bepaalde hoek van het huis. Ook moet je vrij planmatig zijn, anders ben je altijd aan het werk. Dan loopt het door elkaar heen en ben je nooit echt vrij. Als je dat niet kunt, dan moet je het niet doen.’

Antiek


De meeste meubels in het woonatelier van Inge zijn afkomstig uit antiekwinkeltjes. ‘Ik heb één keer in mijn leven een designlamp gekocht, maar toen ik de lamp de volgende dag in een magazine zag staan, wilde ik er alweer vanaf. Mijn inrichting is heel simpel, het zijn geen bijzondere spullen. Veel dingen zijn door vrienden in elkaar gezet, zoals mijn werktafel. De rode stoeltjes aan mijn eettafel komen ook uit een rommelwinkel, die wil ik nog wel een keer vervangen. Iets anders wat ik binnenkort ga veranderen zijn de boekenplanken op de vide. Ik heb nog veel meer boeken, en dus wil ik de boekenplanken over de gehele breedte hebben. Dan kan ik ze allemaal een plekje geven!’